Braille Autoriteit & braillestandaard

Spelregels voor het gebruik van braille

Als het over spellingsregels gaat, kent iedereen het Groene boekje. Maar is er ook een richtlijn of standaard voor braille? Het antwoord is ‘Ja’.

Braillestandaard

Er is een zogeheten braillestandaard voor 6-puntsbraille. Daarin ligt vast welke braillekarakters waarvoor gebruikt worden. Van tijd tot tijd moet de standaard herzien worden, bijvoorbeeld omdat er symbolen tot het dagelijks schrijf- en taalgebruik gaan behoren waar nog geen braillenotatie voor was vastgesteld. Zo vormde in 2005 het toen inmiddels ingeburgerde apenstaartje aanleiding voor een herziening. Voor 8-puntsbraille is in 2019 een werkgroep opgericht door de Braille Autoriteit, die tot taak heeft een standaard te ontwikkelen die zoveel mogelijk aansluit bij de 6-puntsbraillestandaard.

Braille Autoriteit

De Braille Autoriteit, een initiatief van onder andere Dedicon, is in 2017 opgericht. Organisaties die braillelezers vertegenwoordigen, de onderwijsinstellingen en de producenten van braille werken hierin samen. De voornaamste taak van de Braille Autoriteit is het vaststellen van standaarden voor het Nederlands (en Vlaamse) brailleschrift. In de nieuwe standaard van 2017 is een aantal kleine verschillen tussen de braille-output van de verschillende brailleproducenten opgeheven. Dat vergroot de onderlinge uitwisselbaarheid. Ook zijn braillekarakters vastgesteld voor een aantal symbolen waar nog geen braillekarakter voor was gedefinieerd. Bijvoorbeeld de losse accent circumflex, die in de lineaire wiskundenotatie van Dedicon veel wordt gebruikt. De Braille Autoriteit werkt ook aan een braillekeurmerk.

Wiskundestandaard

Het lag in de bedoeling om ook (voor op papier geprint braille) een wiskundestandaard vast te stellen. In wiskunde komen zeer veel symbolen, subscript en superscript voor en wordt onder en boven de lijn geprint. De 'gewone' braillestandaard voor 'algemeen gebruik' is bedoeld voor 'literair gebruik' Tekst dus; in ieder geval niet voor formules. Daar zijn dus aanvullende afspraken voor nodig.  Maar zowel in Vlaanderen als in Nederland wordt in het voortgezet onderwijs geen braille meer geprint. Dit is volgens de onderwijsinstellingen niet nodig; leerlingen werken voor dit vak digitaal. Voor dat laatste is er in beide landen een goede oplossing gevonden. De brailleproducenten kunnen overigens wel braillewiskunde printen, als de onderwijsinstellingen maar aangeven welke code gebruikt moet worden.