Is de gekozen leesvorm wel de juiste?

Met deze checklist weet je of je goed zit

Voor leerlingen met een leesbeperking doe je vaak veel moeite om de juiste leesvorm te kiezen. Zo is er lesmateriaal in voelbare vorm of gesproken vorm, als dyslexiebestand of in vergrote vorm. Maar hoe weet je of je goed zit? Is de gekozen leesvorm wel echt de juiste voor jouw leerling?

Hans Beerens, toegankelijkheidsmanager bij Dedicon: ‘Om dat te achterhalen adviseer ik altijd om samen met de leerling de gekozen leesvorm te evalueren. En wel op drie punten: Gemak, Genot en Gewin. Hoe meer vragen met een ‘ja’ beantwoord kunnen worden, hoe beter de leesvorm ook echt past. Je bent immers op zoek naar de toegevoegde waarde en bruikbaarheid voor de leerling. En naar een voorspelbaarheid van duurzaam en langdurig gebruik. Een lage score op een van de drie onderdelen kan aanleiding zijn voor meer ondersteuning op dat onderdeel of een andere keuze. Ook de omgeving is een zwaarwegende factor.’  
 

Doe de check met deze evaluatievragen


Gemak 

Is de leesvorm…  

  • Eenvoudig te gebruiken? 
  • Betrouwbaar? 
  • Efficiënt en zonder te veel handelingen te gebruiken? 
  • Passend bij de taken van de leerling? 
  • Geschikt voor aanvullende ondersteuning? 


Genot 

Is de leesvorm…  

  • Motiverend? 
  • Prettig in gebruik? 
  • Makkelijk in gebruik, zodat de leerling zichzelf kan redden? 
  • En geeft de leesvorm de leerling zelfvertrouwen? 


Gewin 

  • Verbetert de leesvorm het leren? 
  • Zorgt de leesvorm voor betere resultaten? 
  • Is de leesvorm effectief (bereikt de leerling het doel)? 
     

Model van Betty Collis

De vragen van de 3G’s zijn gebaseerd op het 4E-model van Betty Collis. Zij maakt in het model onderscheid tussen de factoren:  

  • Ease of use (gemak) 
  • Engagement (genot) 
  • Effectiveness (gewin)  
  • in een specifieke Environment (omgeving).  

 
Een voorbeeld van Gemak, Genot en Gewin 

Jens heeft dyslexie. We vroegen hem hoe hij leest. “Ik kijk eerst altijd naar de afbeeldingen bij een tekst. Dat maakt vaak al een hoop duidelijk. En dan ga ik het wel of niet lezen. Als er tekst in staat die ik moeilijk kan lezen maak ik er vaak een foto van. Die zet ik op Whatsapp naar mijn vriendin. Zij kan dan de tekst voorlezen en mij de audio-opname terug appen. Zo heb ik snel datgene wat ik moet leren.” Gemakkelijk en effectief, dat wel. Maar wint iedereen hierbij? Wanneer de lesstof zou worden voorgelezen, bijvoorbeeld op een laptop of via de LEX-app, levert dit onafhankelijkheid op bij de leerling. De lesstof hoeft niet meer te worden voorgelezen door de docent, ouders of een maatje. Kortom, tijdwinst voor alle partijen. Bovendien kan de leerling het voorlezen ook nog pauzeren. Of zoals een leerling ons ooit vertelde: “Dat is fijn, want mijn moeder kan ik niet op ‘stop’ zetten.”