goedekennis.nl >> Schoolboeken >> Dyslexiebestanden >> Mythbusters #2 - lezen met dyslexiesoftware

Mythbusters #2 - lezen met dyslexiesoftware

In de eerste aflevering van mythbusters hebben we vijf misvattingen opgehelderd over het lezen met dyslexiesoftware. In dit artikel geven we daar een vervolg aan: nog eens vijf misvattingen!

Korte visuele samenvatting van de 5 mythes over lezen met dyslexiesoftware

Mythe #1 – Dure dyslexiesoftware is beter

Goedkoop is duurkoop? Dyslexiesoftware is er in verschillende soorten en maten. Er zijn verschillende soorten dyslexiesoftwarepakketten op de markt. Met verschillende mogelijkheden. Naast het voorlezen van teksten zijn er ook aanvullende mogelijkheden zoals ondersteuning bij schrijven van teksten, woordvoorspellers en samenvattingstools. Deze mogelijkheden verschillen per softwarepakket. Het ene pakket beter werkt beter voor leerling A en het andere beter voor leerling B. De prijs voor het pakket bepaalt dus niet wat het beste werkt voor de leerling.

Per dyslexiesoftwarepakket verschilt de aanschafprijs ook doordat sommige leveranciers de software in de vorm van een abonnement aanbieden. In dat geval betaal je een vast bedrag per maand. Dat kan voordelig zijn als je op een later moment wilt overstappen naar andere dyslexiesoftware.

Mythe #2 – Dyslexiesoftware moet complex zijn om waardevol te zijn voor de leerling

De complexiteit van de dyslexiesoftware kan zowel in het voordeel als in het nadeel van de leerling werken. Zitten er veel functies in het pakket? Dan kan het zijn dat de leerling door de bomen het bos niet meer ziet. Simpele functies zoals voorlezen en controleren op spelfouten zijn dan moeilijker te vinden. Is dyslexiesoftware met enkel een voorleesfunctie dan de oplossing? Nee, wanneer een pakket te weinig functies biedt, wordt de leerling niet voldoende ondersteund.

Het is per leerling, per activiteit die uitgevoerd moet worden en per context waarin die activiteit plaatsvindt verschillend welke software de beste ondersteuning biedt (zie ook het SETT-model: Student, Environment, Tasks, Tools). Soms zijn verschillende functies voor een leerling noodzakelijk om de taken goed te kunnen uitvoeren. En de leerling moet goed met de software overweg kunnen.

Mythe #3 – Ondersteunende technologie is alleen voor leerlingen met een fysieke beperking

De definitie van ondersteunende technologie is “een apparaat of dienst dat zorgt voor verhoogde of gelijkblijvende functionele capaciteit van leerlingen met een beperking”. Dyslexiesoftware, het woord zegt het al, is geschikt voor leerlingen met dyslexie. Ondersteunende technologie kan dus zowel van toegevoegde waarde zijn voor leerlingen met een fysieke beperking als voor leerlingen met bijvoorbeeld een leesbeperking. En dyslexiesoftware is daar een goed voorbeeld van. Het zorgt ervoor dat de teksten worden voorgelezen uit het dyslexiebestand van je schoolboek. Daardoor kan de leerling makkelijker leren, de tekst hoeft immers niet zelf te worden gelezen: het wordt voorgelezen. De ondersteunende technologie zorgt ervoor dat de leerling kan laten zien wat hij of zij kan!

Mythe #4 – Een leerling is te jong of te oud om met het hulpmiddel te werken

Zijn kinderen onder de vijf jaar te jong om te werken met dyslexiesoftware? Nee. Onderzoek heeft uitgewezen dat het gebruik van ondersteunende technologie zoals dyslexiesoftware ook bij jonge kinderen kan zorgen voor een positieve uitkomst.

Ook voor oudere leerlingen die nog niet eerder met dyslexiesoftware gewerkt hebben, is het nooit te laat om ermee te beginnen. Misschien hebben ze andere strategieën ontwikkeld om hun leesbeperking te compenseren. Dyslexiesoftware kan dan alsnog een oplossing bieden. Het zorgt voor meer autonomie in hun school of studie. Het is belangrijk dat ook de oudere leerlingen leren hoe ze de dyslexiesoftware zo effectief mogelijk kunnen inzetten. En dat het gebruik regelmatig wordt geëvalueerd. Vraag deze leerlingen vooral wanneer en hoe ze gebruik maken van de software. Een buddy werkt vaak ook goed: een klasgenoot die al langer werkt met dyslexiesoftware.

Mythe #5 – Het is niet mogelijk om te veranderen van softwarepakket

Als leerlingen ouder worden, veranderen ook hun behoeftes. Natuurlijk worden er ook andere eisen gesteld op school. Er komt steeds meer materiaal dat de leerling moet lezen voor de toetsen en examens. Het kan dus zo zijn dat de software die de leerling altijd heeft gebruikt, niet meer toereikend is. De veranderende eisen en studiegewoonten kunnen zorgen voor een behoefte aan meer of juist andere functies in de software en meer gebruiksgemak. Dan is het niet gek om over te stappen naar een ander softwarepakket of om op z’n minst andere software uit te proberen.

8 februari 2018Tags: mythbusters, dyslexiesoftware,