goedekennis.nl >> Tips >> Mythbusters - lezen met dyslexiesoftware

Mythbusters - lezen met dyslexiesoftware

Speciaal voor leerlingen met een leesbeperking is er ondersteunende technologie zoals dyslexiesoftware beschikbaar. Het ondersteunt deze leerlingen bij het lezen. Hoe het werkt? In de software kun je de dyslexiebestanden van Dedicon gebruiken op je computer. Zo wordt de tekst uit het normale schoolboek voorgelezen door een computerstem. Tegelijkertijd kan de leerling meelezen op het scherm.

Er zijn nogal wat misvattingen over lezen met dyslexiesoftware. Daarom leggen we in deze eerste aflevering van mythbusters vijf misvattingen aan je voor!

Korte visuele samenvatting van de 5 mythes

Afbeelding: kort overzicht van de 5 mythes over lezen met dyslexiesoftware die hieronder uitgebreid worden toegelicht. 

Mythe # 1 - Leerlingen worden gematst

Laten we gelijk het grootste misverstand over dyslexiesoftware tackelen: compenserende software geeft leerlingen met een leesbeperking een oneerlijk voordeel boven hun klasgenoten. In de realiteit werkt het niet zo, het zorgt er juist voor dat alle leerlingen toegang hebben tot dezelfde leerervaringen.

De dyslexiesoftware geeft geen goede antwoorden op vragen uit het wiskundeboek. De leerling kan niet achterover leunen en toekijken hoe opdrachten worden gemaakt. De software zorgt er alleen voor dat de tekst hardop wordt voorgelezen en dat er een spelling- en grammaticacontrole is voor de leerling. Op die manier kan de leerling met een leesbeperking zich op dezelfde manier focussen op de inhoud als de leerling zonder leesbeperking. Alleen leesondersteuning dus.

Mythe #2 - Dyslexiesoftware kan een goede leraar vervangen

Software blijft software. Het heeft geen inzicht in individuele verschillen, zwaktes en bijvoorbeeld sociaal-emotionele factoren van diverse leerlingen. Een goede leraar heeft dat inzicht wel en kan op die manier kwalitatief goed onderwijs aanbieden. De dyslexiesoftware is alleen een effectieve aanpassing die, gecombineerd met een goede leraar, de deur opent naar goede resultaten op school. Het vervangt dan ook de leraar niet.

De software is juist voordelig voor de leraar. Doordat de leraar minder tijd hoeft te steken in het helpen van de leerling met het lezen, is er meer tijd voor de begeleiding van de leerling met de leesbeperking.

Mythe #3 – Om goede resultaten te behalen, moeten leerlingen met een leesbeperking de dyslexiesoftware altijd gebruiken

Als leerlingen eenmaal met succes een softwarepakket gebruiken, zijn ouders en leraren snel geneigd om ervoor te zorgen dat de software voor elke opdracht of elk leeswerk gebruikt wordt. De behoefte van een leerling kan variëren van moment tot moment.

Natuurlijk kan de leerling ook zonder de dyslexiesoftware opdrachten uitvoeren. Dat is juist voor het zelfvertrouwen van de leerling heel goed! Leerlingen met een leesbeperking zullen in het algemeen de software alleen gebruiken als dat nodig is.

Mythe #4 – Dyslexiesoftware zorgt voor luie leerlingen

Lui? Nee, want technologie kan niet zelf nadenken over de opdracht of taak van de leerling. De leerling met een leesbeperking moet dus net zoveel inspanning leveren als de leerling zonder leesbeperking om een antwoord te kunnen geven op de opdracht. Dyslexiesoftware heeft juist een positief effect, blijkt uit onderzoek. Leerlingen die nu wel toegang hebben tot leesmateriaal, willen juist meer inspanning leveren om kennis te vergaren die eerst onbereikbaar was.

Natuurlijk zijn er ook leerlingen met een leesbeperking die bij gebruik van bijvoorbeeld dyslexiesoftware niet meer motivatie laten zien dan eerst. Dat is niets nieuws onder de zon – niet iedere leerling vindt leren nou eenmaal leuk.

Mythe #5 – Elke leerling kan gebruik maken van dezelfde dyslexiesoftware

Diversiteit is meer regel dan uitzondering bij leerlingen met een leesbeperking. Daarom kan het gebruik van dyslexiesoftware per leerling, leeromgeving en taak heel verschillend zijn. Zelfs wanneer twee leerlingen dezelfde leesbeperking hebben, kan het zijn dat zij gebruik willen maken van bijvoorbeeld verschillende dyslexiesoftware.

Een keuze maken voor bepaalde dyslexiesoftware is namelijk van meerdere factoren afhankelijk, zoals vastgelegd in het SETT-model (Student, Environment, Tasks, Tools). Daarin wordt gekeken naar de individuele leerling, de activiteit die de leerling moet uitvoeren, de context van de activiteit en de mogelijke hulpmiddelen (zowel apparaten als services en software).

Het hoeft dus niet zo te zijn dat alle leerlingen in dezelfde klas of op dezelfde school gebruik maken van dezelfde dyslexiesoftware. Ook per leeftijd kan de keuze van een software verschillen. Betrek bij de keuze voor een software altijd de gebruiker!

Myths busted

Deze misverstanden zijn nu in elk geval uit de lucht. Doe er je voordeel mee en kijk hoe het bij jou van toepassing is! In de volgende aflevering van mythbusters gaan we het hebben over de volgende mythes:

  • Dure dyslexiesoftware is beter
  • Ondersteunende technologie is alleen voor mensen met een fysieke beperking
  • Dyslexiesoftware moet complex zijn om waardevol te zijn voor de leerling
  • Een leerling is te jong om met het hulpmiddel te werken
  • Het is niet mogelijk om over te stappen van softwarepakket
16 november 2017Tags: mythbusters, dyslexiesoftware, dyslexiebestand