goedekennis.nl >> Dossiers >> Didactische aanpassingen >> Wat voor didactische aanpassingen zijn er eigenlijk?

Wat voor didactische aanpassingen zijn er eigenlijk?

Als we het over didactische aanpassingen hebben, doelen we op allerlei verschillende aanpassingen. We veranderen zaken in schoolboeken om structuur aan te brengen, meer overzicht te bieden, opdrachten toegankelijk te maken en ook om afbeeldingen toegankelijk te maken. 

Structuur aanbrengen

Veel lesmaterialen bieden ziende leerlingen structuur. Bijvoorbeeld door middel van koppen in verschillende kleuren en lettertypen, icoontjes in de kantlijn of andere symbolen of opmaak. In braille is alle tekst echter gelijk. Om de blinde leerling dezelfde structuur te bieden, bedenken we oplossingen in tekst. Deze moeten kort en bondig zijn, want elk extra woord betekent extra leeswerk voor het blinde kind.

Symbolen voor opgaves uit een lesboek

In een methode betekenen bovenstaande drie symbolen: je moet luisteren naar fragment 22. Je moet samenwerken. Dit is opdracht 1.We zetten deze symbolen bijvoorbeeld om naar:
opgave 1. (luister 22, samen)

Overzicht bieden

Ziende leerlingen die hun boek openslaan zien in één oogopslag hoe een les eruit ziet of hoeveel opgaven er op een pagina staan. Blinde leerlingen kunnen echter maar één regel tegelijk overzien.

Ze beginnen bij de bovenste regel en moeten maar afwachten wat er komt. Daarom geven we kort aan wat er komen gaat, door bijvoorbeeld aan vooraf te zeggen ‘je krijgt zes opdrachten. Elke opdracht bestaat uit vijf vragen.’ Ook brengen we soms extra nummering aan.

Afbeeldingen verwerken 

Op elke pagina van een lesboek staan afbeeldingen. Per afbeelding bekijken wij of het een onmisbare afbeelding is, of dat de afbeelding alleen tot doel heeft de pagina te verfraaien of luchtig te houden.

Afbeelding beschrijven

Plaatjes die onmisbaar zijn voor de opdracht worden in de bovenbouw meestal door ons beschreven. Voor de onderbouw betekent een beschrijving vaak te veel leeswerk in verhouding tot het leesniveau van de leerling. In dat geval passen we de opdracht aan en wordt het plaatje bijvoorbeeld vervangen door een zin waarin een woord moet worden ingevuld. Soms is het nodig om een reliëftekening te maken, zodat een blinde leerling die kan lezen. 

Voorbeeld misbare afbeeldingen

Voorbeeld van een afbeeldingen die vooral dienen om de pagina te verfraaien. De gezichtjes worden weggelaten en de drie uitspraken worden onder elkaar geplaatst. De opdracht ‘Kleur de goede spreekwolk’ wordt vervangen door ‘Je krijgt drie uitspraken. Kruis de goede uitspraak aan.

Drie personen met spreekwolkjes waarin een tekst staat.

Voorbeeld onmisbare afbeeldingen

De drie afbeeldingen hieronder hebben een functie en worden daarom beschreven.

 

Opdrachtvormen aanpassen 

Veel van de opdrachten in lesmethoden zijn qua vorm niet uitvoerbaar voor een blinde leerling. De blinde leerling kan geen lijnen trekken, woorden omcirkelen of kleuren, zinnen onderstrepen, stripjes lezen, plaatjes bekijken of woordzoekers maken. Hij kan op zijn computer met schermuitleesprogramma (spraak en/of braille) in Edu-tekstbestanden alleen lezen en typen. Hij kan tekst invullen in een aangegeven invulruimte. Hij kan ook het goede antwoord van een meerkeuzevraag aankruisen door er een teken voor te typen. De leerling kan niet in een (geprint) brailleboek werken. 

Zo dicht mogelijk bij het origineel

Als we een opdracht aanpassen of vervangen, streven we ernaar dat de uitkomst hetzelfde is als die van de oorspronkelijke opdracht. Zo ontstaat er geen verwarring bij een klassikale bespreking. Ook voorkomen we dat de uitkomst niet meer overeenkomt met wat er in het antwoordboekje staat.

Volgorde en moeilijkheid opdrachten

Soms passen we ook de volgorde van de opdracht aan. Het kan bijvoorbeeld handig zijn om een vraag boven een leestekst te zetten, zodat de leerling al weet waar hij tijdens het lezen van de tekst op moet letten. Ook letten we erop dat de blinde leerling niet teveel door de tekst of de opdrachten heen en weer hoeft te schuiven. Dat doen we bijvoorbeeld door antwoordopties steeds te herhalen.

Opdracht weglaten

Als een opdracht echt niet op een goede manier kan worden aangepast, zoals een kijkplaat waarin de kinderen iets moeten kleuren, laten we de opdracht weg. We geven dan wel kort aan wat de opdracht was, zodat de blinde leerling weet wat er is weggelaten. We proberen het weglaten van opdrachten echter zoveel mogelijk te beperken, omdat we het belangrijk vinden dat de blinde leerling bij een klassikale nabespreking volledig mee kan doen.

Voorbeelden

Wil je weten hoe je een opdracht aan kan passen? We hebben voorbeelden voor je klaarstaan over taal, spelling, rekenen en zaakvakken.  
 

28 september 2016Tags: didactiek, braille, edu-tekst,