Conceptvorming met voelbare tekeningen

Een beeld vormen met je handen

Een beeld zegt meer dan 1.000 woorden. Dat geldt ook voor blinde en slechtziende leerlingen. Een voelbare tekening helpt bij het vormen van een mentale representatie. Zo’n representatie vorm je normaal gesproken met je vijf zintuigen. Voor leerlingen met een visuele beperking ontbreekt één van die zintuigen. En daardoor wordt het lastiger een compleet en correct beeld te vormen van iets. Voelbare tekeningen helpen de docent om uitleg beknopt te houden en tegelijk te verhelderen.

Een afbeelding beschrijven: is dat wel voldoende?

Neem de proef op de som. Teken een fantasiedier en maak daar een beschrijving van. Vraag dan iemand om op basis van jouw beschrijving het fantasiedier te tekenen. De kans is groot dat het er een beetje of heel anders uitziet dan jij bedoelde. En dat ligt niet alleen aan jullie tekentalenten. Hoe precies jouw beeld bij de ander overkomt hangt af van hoe precies jouw beschrijving is. Maar even belangrijk is of de ander de begrippen kent die jij gebruikt in je beschrijving. 

Voorbeeld: een zwaan beschrijven

Stel dat je vertelt dat jouw dier zwemt zoals een zwaan. Als de ander nog nooit een zwaan gezien heeft, maakt dit hem niet wijzer. Als de ander nog nooit een zwaan heeft zien zwemmen, kan hij zomaar een verkeerde conclusie trekken. Bijvoorbeeld dat de zwaan, net als hij zelf, alleen het hoofd boven water heeft en zwemslagen maakt met poten en vleugels. 

Hoe helpt een voelbare tekening bij een beschrijving?

Stel dat je een blind of slechtziend kind in de klas hebt dat niet weet hoe een zwaan eruit ziet. Op school hebben jullie een opgezette eend. Die pak je erbij en je vertelt dat een zwaan een soort grote eend is met een hele lange nek. Maar hoeveel groter is hij dan precies en hoe lang is de nek precies? Helaas moet je voor een opgezette zwaan naar het natuurvoorlichtingscentrum. Een op dezelfde schaal geprint 3D-model van een eend en een zwaan is ook niet zo een-twee-drie voorhanden. Dan is het reuze handig als je een voelbare tekening hebt (of maakt)! Door die samen te verkennen (of te maken), gaat het kind vragen stellen en vormt zich zo stap voor stap een volledig en correct beeld. 

Voelbare tekeningen lezen

Voorwaarde is wel dat je luisteraar voelbare tekeningen heeft leren lezen en dat de tekeningen volgens bepaalde principes gemaakt zijn. Er mag bijvoorbeeld geen perspectief in zitten en dingen die je op de tast moet kunnen onderscheiden moeten ver genoeg uit elkaar getekend zijn. Bepaalde soorten voelbare tekeningen, zoals grafieken, hebben altijd dezelfde onderdelen. Na de nodige oefening kan iemand die blind is, die zelfstandig lezen. 

Is de werkelijkheid of een model niet beter dan een tekening?

De werkelijkheid is niet altijd beschikbaar. Of te ver weg of te klein of te groot om te omvatten, of te gevaarlijk, enzovoort. Een goed model op de juiste schaal is ook niet altijd voorhanden. 3D-printers brengen daar verandering in, maar vaak duurt het vele uren voor een klein model klaar is.

Toch werkt het verhelderend om bij de voelbare tekening ook een 3D-model te hebben. Maar ook een model spreekt niet voor zich en heeft vrijwel altijd uitleg nodig. In bijna alle gevallen geldt, dat een goede uitleg met een niet zo perfecte tekening en/of model beter is dan een perfecte tekening of model zonder goede uitleg.

Kennis en improvisatievermogen

Een goede uitleg veronderstelt dat degene die de uitleg geeft het onderwerp kent en weet wat belangrijk is. Stel dat je een ingewikkeld mechanisme moet uitleggen en je hebt zelf geen idee hoe het werkt. Grote kans dat je uitleg onbegrijpelijk en niet interessant is! 

Een goede uitleg veronderstelt verder het nodige improvisatievermogen. Bijvoorbeeld door hetgeen je beschrijft te vergelijken met de handen of lichaam van de luisteraar. Zo kun je lastig te begrijpen houdingen of verhoudingen snel duidelijk maken.

Terug naar het voorbeeld van de zwaan

Je kind of leerling snapt het toch nog niet helemaal. Laat hem met zijn lichaam de zwaan nadoen. Bij het zwemmen liggen zijn vleugels plat op zijn rug. Zwanen maken zich vaak groot tijdens het zwemmen. Ze tillen hun vleugels op; de vleugelpunten wijzen achteraan naar elkaar en er ontstaat een soort bootje. De vleugels zijn de zijkanten en de sierlijke nek is de hoge boeg. Je kunt dat nadoen: buig voorover met je armen langs je lichaam. Til ze nu omhoog. Je handen wijzen naar elkaar. Til je kin op. Denk je benen weg; je poten met zwemvliezen zitten onder je buik. En denk je nek 10 keer zo lang.

Deze gymoefening zal in combinatie met een voelbare tekening en/of een model een duidelijk beeld geven. Vergeet niet ook wat te vertellen over de zachte veren, witte en zwarte zwanen, de zwemvliezen en de snavel. Of, afhankelijk van je publiek, balletdanseressen en het Zwanenmeer.

Conclusie: ga voor de combinatie! 

Een tekening heeft voordelen ten opzichte van beschrijvingen en modellen. Een tekening is handzaam, gemakkelijk en snel te lezen en is preciezer dan een beschrijving en beter beschikbaar dan een 3D-model. 

Toch kun je beschrijvingen, modellen en voelbare tekeningen niet los van elkaar zien. Een tekening zonder beschrijving is lastig te begrijpen, omdat je alle context mist. Een losse beschrijving is niet precies genoeg. En goed model is hartstikke fijn, maar helaas niet (nog) niet zo vrij beschikbaar als een tekening. Of soms van onvoldoende kwaliteit. Tekeningen en beschrijvingen bieden daarom een aanvulling die het beeld voor de leerling compleet kunnen maken.