Regels en voorbeelden: vectoren

Rekenen met vectoren voor blinde leerlingen

Vectoren zijn grootheden die bepaald worden door een getal (lees: waarde) én een richting. Denk bijvoorbeeld aan snelheid, verplaatsing, versnelling en kracht. Vectoren kun je beschrijven in de wiskunde door pijlen. Pijlen hebben altijd een richting en een lengte. Hoe kun je dit weergeven in tekst voor de brailleleesregel, zodat blinde leerlingen ook dit onderdeel van wiskunde kunnen leren?

Regels voor de notatie van vectoren

Bij vectoren komen pijlen voor die worden omgezet naar platte tekst volgens de symbolen voor pijlen. De meest gangbare pijl is --> (pijl naar rechts). De pijl wordt voorafgegaan door een accolade openen om aan te geven dat hij boven een andere tekst staat. Er volgt geen accolade 'sluiten' aan het eind. De tekst die onder de pijl staat wordt direct aan de pijl vast geschreven. Als deze tekst spaties bevat, worden er haken omheen geschreven om aan te geven boven welk deel de pijl staat.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Twee vectoren.

Wiskunde

Lineair

a=AO

{-->a = {-->OA

Voorbeeld 2

De som van twee vectoren.

Wiskunde

Lineair

t=v+a

{-->t = {-->v + {-->w

Voorbeeld 3

Samengestelde vector met onderindexen

Wiskunde

Lineair

F1+F2

{-->(F_1 + F_2)

De haken geven aan boven welk deel de pijl staat.

Voorbeeld 4

De norm van een vector.

Wiskunde

Lineair

v

||{-->v||